
Duurzaamheid in 'Gebiedsontwikkeling andere realiteit'
De minister van Infrastructuur en Milieu liet zich tijdens het praktijkcongres 'Gebiedsontwikkeling in een andere realiteit' in Delft de publicatie ‘Gebiedsontwikkeling in een andere realiteit. Wat nu te doen?’ uitreiken.
Hieronder de passage over duurzaamheid in deze publicatie.
"DUURZAAMHEID HANTEERBAAR MAKEN
Tussen ambities en realiteit bestaat per definitie een spanning, indachtig de bekende dichtregel van Willem Elsschot (‘Tussen droom en daad…’). Tussen duurzaamheidsambities en gerealiseerde gebiedsontwikkeling gaapt echter een heuse kloof. De gevolgen van de crisis hebben de diepte van deze kloof verder vergroot. De ‘duurzaamste projecten van Nederland’ of zelfs ‘ter wereld’ stranden op de tekentafel. Hoe is dat mogelijk? Een mogelijke verklaring schuilt in het feit dat duurzaamheid vaak wordt verengd tot het onderwerp energiezuinigheid en dan een (te) eenzijdige vertaling krijgt. In dat geval worden bijvoorbeeld energieprestaties voor gebouwen gevraagd die fors scherper zijn dan op landelijk niveau is afgesproken. In andere gevallen neemt men een bepaalde duurzaamheidideologie, zoals Cradle to Cradle (C2C), als leidraad voor de invulling van duurzaamheidambities. Dat loopt vervolgens vast omdat, in het voorbeeld van C2C, de filosofie zich wel leent voor productieprocessen en gebouwen, maar niet voor de (her)ontwikkeling van gebieden. De focus van C2C op (grond)stoffen en materialen is hier debet aan.
Al deze knelpunten hebben geleid tot een binnenkort onder auspiciën van de praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling te verschijnen publicatie ‘Duurzame gebiedsontwikkeling doe je zo’. Kernpunten van de benaderingswijze in deze publicatie zijn:
- benoemen van het brede repertoire waarop duurzaamheid betrekking heeft. Naast energie gaat het dan bijvoorbeeld om water en klimaatadaptatie, cultuurhistorie en transformatie van bestaande bebouwing, natuur en landschap en mobiliteit;
- een pleidooi voor de open procesaanpak waarin aan de voorkant de uiteenlopende belangen op tafel komen, zonder dat dit gelijk met standpuntbepaling gepaard gaat (vergelijk de Elverding-aanpak en de Mutual Gains Approach);
- het streven om in die setting het verkokerde denken te doorbreken en een fusie van belangen te bewerkstelligen;
- gelijk opgaan van ‘rekenen en tekenen’. Dat betekent dat eerder de financieel-economische haalbaarheid in beeld komt, evenals de gewenste lange termijn kwaliteit en de creatieve oplossingen die daarop inspelen;
- een concretisering voor de invalshoek people (naast planet en profit). Hiermee krijgen herkenbaarheid voor mensen en verbondenheid met het gebied een vaste plaats in het duurzaamheidsdenken;
- inspelen op duurzaamheidaspecten die brede groepen van de bevolking (niet alleen de voorhoede) en bedrijven aanspreken en waar men ook bereid is voor te betalen.
‘Doe de tienkamp’, zo luidt één van de kernaanbevelingen in de publicatie. Anders gesteld: durf (gebiedseigen) duurzaamheidprioriteiten te kiezen en daarin te excelleren. Juist het op álle fronten willen uitblinken veroorzaakt de kloof tussen ambities en realiseerbaarheid. Wij pleiten voor behoud (en vergroting) van de vrije beslisruimte voor politiek bestuur en andere bij gebiedsontwikkeling betrokkenen om deze keuzes te maken en tot creatieve oplossingen te komen. Er bestaat dus geen behoefte aan normering."
Bron: TU Delft







