
Advies Energieraad aan Minister Verhagen over beleidsinstrumenten duurzame enegrie
De Europese doelstelling voor het aandeel duurzame energie vertaalt zich voor Nederland in een aandeel duurzame elektriciteit van 37% in 2020 (in 2010 nog 9%). De hiervoor benodigde investeringen worden door de Raad geraamd op ca 40 miljard. Los van de mogelijkheid om dit te financieren is het niet voorstelbaar dat een dergelijk investeringstempo kan worden gerealiseerd.
De investeringen in duurzame-elektriciteitsproductie moeten worden gedaan door marktpartijen in een open energiemarkt en op basis van marktconforme business cases. Om investeringen voldoende aantrekkelijk te maken zijn goede stimuleringsregelingen essentieel. De onlangs aangepaste stimuleringsregeling in Nederland is een belangrijke verbetering omdat deze meer ruimte biedt voor concurrentie tussen de verschillende opties. Door de regeling wordt op een relatief goedkopere manier meer productiecapaciteit mogelijk gemaakt. Volgens het advies van de Algemene Energieraad kan en moet het echter nog beter om de doelstelling te kunnen benaderen.
De vraag die zich daarbij aandient is: Hoe halen we de doelstelling voor duurzame elektriciteit, zonder de
betaalbaarheid teveel te schaden? Hoeveel controle wil de overheid uitoefenen op de markt? Wat betekenen de verschillende stimuleringsmaatregelen voor de verdeling van de lasten tussen de verschillende partijen?
Ervaringen in het buitenland leveren belangrijke inzichten op. De Raad is ervan overtuigd dat meer marktwerking effectiever is. Het benutten van marktwerking brengt ook risico’s met zich mee en vergt veel kennis van de markt. Daarom pleit de Raad voor een geleidelijk traject. Om op termijn niet alleen energiedoelstellingen maar ook klimaatdoelstellingen te halen, zal uiteindelijk wellicht ook gestreefd moeten worden naar een gezonde concurrentie tussen energiebesparing en meer duurzame energieproductie.
De belangrijkste conclusies en aanbevelingen die de Raad maakt in het briefadvies aan de Minister EL&I:
1. De recente nieuwe subsidieregeling voor duurzame elektriciteit is een belangrijke stap vooruit en dient maximaal te worden benut, ook om te leren wat de effecten zijn op de markt.
2. Een volgende stap naar meer marktwerking en concurrentie is om in de huidige regeling de subsidieplafonds per techniek op te heffen en de goedkoopste opties voorrang te geven.
3. Om alle opties zo goed mogelijk te benutten zal vervolgens de overstap gemaakt moeten worden naar een leveranciersverplichting. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid voor de doelstelling verlegd naar de leveranciers en ontstaat er een grotere vraag naar duurzame elektriciteitsproductie, met meer concurrentie tussen de diverse productiemogelijkheden.
4. Deze verplichting wordt effectiever naar mate er meer keuzevrijheid is. Dit pleit voor een gezamenlijk systeem met één of meerdere EU-landen.
5. Betere technologie kan op termijn dure maatregelen goedkoper maken. Naast marktwerking is daarom een goed innovatieprogramma, mits zeer gericht, van groot belang.
Lees het advies op de website van de Energieraad

The solar future '12







