
Naar een beoordelingskader van energiezuinigheid (Methodes voor een gemeentelijk energiebeleid - deel 1)
Auteur: Twan Welten
Dit is het eerste artikel in een serie van twee artikelen over het gestructureerd vormen van een gemeentelijk energiebeleid. Dit eerste artikel geeft aan dat energiezuinigheid het belangrijkste onderdeel moet zijn in het energiebeleid. Vervolgens geeft het een beoordelingskader voor energiezuinigheid voor gemeenten, en laat het vier methodes zien om energiezuinigheid te bereiken. |
|
Het tweede artikel, Naar een modelstrategie voor energie-efficiëntie, geeft gemeenten een modelstrategie voor reducering van het totale fossiele energiegebruik binnen de gemeente. Auteur Twan Welten verrichte aan de Radboud Universiteit Nijmegen (Planologie) onderzoek naar de aanpak van fossiel energiegebruik-reductie bij gemeenten. De artikelen vormen een beknopte samenvatting van zijn onderzoeksverslag. |
De ecologische voetafdruk van een entiteit, dat kan zijn een individu, een bedrijf, een stad of een land, enzovoort, is de berekening van het beslag dat door die entiteit gelegd wordt op onze planeet. Uit vele onderzoeken blijkt dat de ecologische voetafdruk een bruikbare indicator is voor het volgen van duurzame ontwikkeling.
Nederland als geheel heeft een voetafdruk van 4,7 hectare per inwoner. Op basis van het zogenaamde fair share principe, zou dit niet hoger dan 1,8 moeten zijn. Het is daarom gerechtvaardigd dat overheden, centraal en lokaal,kritisch kijken naar de onderdelen die de ecologische voetafdruk bepalen. Energie-efficiëntie is binnen de voetafdruk zeer bepalend, een nationaal en lokaal energiebeleid is dus van goot belang voor een duurzame ontwikkeling.
Markt reguleren en stimuleren
Uit studie blijkt dat, om de ecologische voetafdruk te verkleinen, het energiebeleid gericht moet zijn energiezuinigheid inzake fossiele brandstoffen. Om hiervoor tot een gemeentelijke aanpak te komen zijn vier methodes uitgewerkt. De methodes gaan uit van markt regulering en -stimulering en door de gemeente.
Tabel 1: maatregelen om te komen tot de reducering van het fossiele energieverbruik

Onderzocht is hoe de maatregelen door energie-experts beoordeeld worden. Er waren zes criteria:
1. CO2-emissie
2. Praktische uitvoerbaarheid
3. Institutionele uitvoerbaarheid
4. Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5. Kosten en
6. Terugverdientijd.
De energie-experts waarderen CO2 reductie als het belangrijkste criterium , gevolgd door de praktische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Maar zij geven ook aan dat, in de werkelijkheid van alledag, de praktische uitvoerbaarheid het belangrijkste criterium is voor effectiviteit van een maatregel. De kosten worden dan als tweede belangrijke criterium genoemd.
De bovenstaande informatie is geanalyseerd en er is een weging aan de criteria meegegeven. Op basis daarvan is er een modelstrategie voor gemeenten ontworpen waarmee zij het totale fossiele energieverbruik binnen de gemeente kunnen reduceren.
Wilt u na het lezen van dit artikel meer informatie? Neem dan contact op met auteur Twan Welten.
Over twee weken verschijnt deel 2, over de genoemde modelstrategie. Niet missen? Meld dan aan voor duurzamegemeente.nl-nieuwsbrief, rechtsboven.


The solar future '12







